D(i)PE’s weblog

Icoon

blablabla (zo nu en dan)

een leuke dt-fout

Vanmorgen op sporza.be een erg leuke dt-fout gelezen/gespot in het artikel “Onyewu blijft zeker tot juni”.

Even citeren:

(…) “Marseille en Paris Saint-Germain zijn inderdaad geïnteresseerd in Milan Jovanovic en Oguchi Onyewu”, zegt Pierre François in La Dernière Heure en Het Nieuwsblad.

“Maar enkel van Marseille hebben we een bot ontvangen”, zegt de directeur van Standard. “We gaan daar niet meteen op in.” (…)

Wat moet ik me daarbij voorstellen? Van wie is dat bot? Wie is de carnivoor in het Standard-bestuur die dit bot toegestuurd kreeg?

Ik vond het een goeie. (Het artikel vind je hier. De dt-fout is ondertussen verbeterd.)

Gearchiveerd onder:sport

Arsenal-keeper Fabianski: fabuleus

Fabuleuze redding van Arsenals reservekeeper, eerder deze week in een bekerwedstrijd tegen Wigan.

Gearchiveerd onder:sport, ,

de kampioenes, de kampioenes

Wauw! Kim Gevaert en Tia Hellebaut do rule. Gevaert haalt net haar titel als spurtkoningin van Europa binnen, Tia wipt vlot over 2m03 en pakt daarmee ook een gouden plak. Twee volle meter en drie centimeter: dat is over het goddelijk lijf van dipe heen, terwijl die op een bankje moet staan. Goh. En Kim Gevaert is blijkbaar alle andere Europese spurtbommen te snel af. Waar is mijn hoed, dat ik ‘m afneem.

Ik kom uitroeptekens tekort. Om de leesbaarheid te bevorderen en tegelijkertijd het zicht niet te beperken, moet je ze er maar zelf bijdenken.

Benieuwd wat chronische brompot Ivan Sonck hier nog aan toe te voegen heeft. Dàt hij er iets aan toe te voegen zal hebben, staat als een paal boven water. (Het zal wel iets worden à la ‘de concurrentie was afwezig’, of ‘tegen wie…’)

/Update/

Het schiet mij te binnen dat de Olympische leuze “Altius, citius, fortius” bij de vrouwen voor 66,66% is ingevuld door ons Tia (altius) en ons Kim (citius). Bij “atletiek +vrouwen +fortius +belgië” denk ik spontaan aan Ingeborg Marx. Dié zette er tenminste kracht achter, maar dat had met iets anders te maken, meen ik me te herinneren.

Gearchiveerd onder:sport

citytrip Parijs / aankomst Tour (welke Tour?)

Een verlengd weekend in Parijs met de aankomst van de Tour. Het kondigde zich heel leuk aan (het was ook heel leuk), alleen: we hebben geen coureurs gezién. En eigenlijk is dat best grappig. Het zit namelijk zo…

Vrijdag in alle vroegte de bus op richting Parijs. Een toerke gedaan en wat plaatjes gaan schieten: Eiffeltoren en zo. Beaucoup de monde op de been in Parijs. Dat hoort zo te zijn. Wereldstad, remember. ‘Het hotel ligt op wandelafstand van het centrum,’ klonk het nog. Jaja. Wàt is het centrum? Geschiedkundig gezien is dat het île de la Cité, alwaar de Notre Dame staat te blinken. Als de Notre Dame het centrum is van Frankrijk (zie: kilometerpalen op de autostrades), dan is dàt het centrum van Parijs. Het hotel waar wij verbleven lag (en ligt er nog steeds, mag ik hopen) aan het Gare du Nord. Effe een dik halfuur wandelen, bergop. Het enige nabijgelegen bezoekwaardige was de Sacré Coeur. Niet echt het centrum dus.

Aan iedereen die zich bij deze gezegende temperaturen richting Lichtstad begeeft: voorzie u van genoeg water/frisdrank. U weze gewaarschuwd: de fransozen deinzen er niet voor terug om 4 euro te vragen voor een nietig glas bruiswater of cola of eender wat; en… ik heb het over 25 cl… Een biertje (halve liter Stella): 7 euro. En de Starbucks heeft wel iets gezelligs, maar het is niet lekker, zo’n nep-ijskoffie.

De Tour dan, want dat zou toch de hoofdbrok van onze zondagse aanwezigheid in Parijs moeten worden. Leuk om ‘ns te zien, zo’n opbouw. Gendarmes die nerveus beginnen worden na verloop van tijd, negers die flesjes water verpatsen, de weg die nog snel afgespoten wordt, nadars die door wel 6 verschillende mensen getoucheerd werden alvorens ze goed stonden. De vaste camera die opgebouwd wordt, de cameraman die véél later gebracht wordt door een France 2/France 3-auto. De reclamecaravaan die op zich laat wachten. Vreemde mensen langs het parcours. Een Fransman, van kop tot teen in het plunje van Les Bleus, met vlag en al, die op Richard Virenque zit te roepen. (Als Virenque nog ‘ns op de fiets zit, zal het zijn om naar de bakker te gaan.) Dan probeert hij maar Laurent Jalabert. (Die geeft ondertussen radio-commentaar.) We zien een rosse Amerikaan met Phonak-petje en een gele trui. Hij heeft een camera bij zich. Zou het familie zijn van Dhr. F. Landis? (We besluiten van het Floyd persoonlijk te vragen bij de eerste passage. Kan zo moeilijk niet zijn, dichter gaat hij toch niet bij ons geraken.) Er komt begot iemand aangewandeld met 2 schapen en een hondje, dit is wat ik noem een alternatieve tour màken: tour de sheep (1). Ondertussen komt er toch nog een reclamecaravaan voorbij.

Maar waar blijven die renners? Er zit wat verderop iemand met een radio, en we hoorden dat de renners niet voortmaakten. Maar nu heeft die jongen z’n radio afgezet en heeft hij z’n gsm aan z’n oor hangen. Hij is in gesprek. Achter ons staat ondertussen een wereldwijd gezelschap: Patrick uit Berendrecht die graag merci zegt aan HBvL, wegens ‘deze reis gewonnen’ (2). Amerikanen die al de halve wereld gezien hebben en waarvan een madam zich out als wifi-dievegge. Naast me staat een Duitser, even verderop staat een meisje uit Alaska. We hebben nog een gesprek met een Engelse ex-coureur (“In the days of Coppi.”). Maar hij was zo goed niet. En ook niet zo gek. En hij heeft nooit een TdF gereden. Omdat die jongen maar blijft bellen, en voor ons de tijd begint te dringen (we moeten onze bus halen, die zou vertrekken om 17u30), bel ik met België. “De renners zitten op 20 km van Parijs!” Au revoir. Dat was zelfs niet voorzien in het traagste schema dat een vriendelijk meisje van het Office du Tourisme me heeft afgeprint. De show van de vermoeide renners heeft dit jaar dus meer om het lijf dan andere jaren. Ik heb respect voor renners, en zeker voor vermoeide renners, maar de volgende weken verdringen ze elkaar tijdens de criteriums. Vermoeid… Door hun gedraal en geposeer…

Besluit: we (druipen af); including patrick. Terug naar de metro. Terug naar het Gare du Nord. Richting bus. Richting thuis. ’t Zal voor een andere keer zijn. Een of andere pipo komt de bus op en meldt dat McEwen gewonnen heeft. ’s Avonds op de teletekst blijkt dat hij het serieus mis had. ’t Was Hushovd die had gewonnen.

(1) Achteraf gezien bleek het passeren van de tour de sheep de enige aankomst te zijn die we in Parijs hebben meegemaakt 🙂
(2) Maar ook Patrick had graag wat meer coureurs gezien.

Foto’s van onze 3 dagen in Parijs: hier

Lees de rest van dit artikel »

Gearchiveerd onder:life, sport

de Tour / Tom Boonen

Tom Boonen is daarstraks uit de Tour gestapt. Hij had ademhalingsproblemen en was duidelijk aangedaan toen hij van de fiets stapte, zijn rugnummer (101) inleverde en in de volgwagen stapte. Boonen heeft niet meteen z’n gelukkigste Tour gereden, tenminste, op het vlak van zeges, spurtzeges. De gele trui, die stond ‘m. Fier. Op het lijf gegoten. Door België fietsen in het geel, het moet iets speciaals zijn, tenminste: dat zeggen de weinige Belgen die ’t ‘m hebben voorgedaan. Als wereldkampioen Wereldkampioen. Want hij verdedigt z’n kampioenentrui met verve. En laat ik er maar meteen aan toevoegen: ik zie Boonen graag goed fietsen.

Tot daar. Nu hetgeen me niet aanstaat, ik vind er zelfs een hersenkronkel in, komt-ie: een Boonen die mekkert over het aantal af te malen kilometers op een dag, de opvolging van de zware ritten (‘Tour zet aan tot dopinggebruik’), zelfs over het uitblijven van blote borsten langs het parcours -help, als het koerspubliek plots borsten kond moet gaan maken langs het parcours.

Is het niet net door gasten als Boonen zelf dat de wielersport niet alleen geweldig populair is, maar ook nog ‘ns z’n vedetten stevig betaalt? Moet je ‘ns even meedenken: de Tour is de grootste publicitaire stunt van het jaar, enkel topevenementen van het kaliber van het wk voetbal (om de 4 jaar) en de Olympische Spelen (idem) zijn publicitair nog interessanter in de sportwereld. (Formule 1?) Net doordat de organisatie van de Tour de France (ASO als ik me niet vergis) zo veel steden een aankomst, dan wel een doortocht voor grof geld verkoopt, en ergo: lange(re) ritten kan laten rijden, kunnen de coureurs zo vorstelijk betaald worden in de Tour. Waarom trekt de karavaan dit jaar zo vlotjes de Franse grenzen over richting Luxemburg, Duitsland, Nederland, België en Spanje? Simpel, voor het geld. Als je merkt dat de organisatie voor de Lotto-Davitamon-ploeg al bijna 50.000 euro heeft klaarliggen, na 3 ritzeges, veel groene truitjes voor McEwen en hier en daar wat snoepcentjes (tussenspurtjes wegkapen à la Vansummeren), dan is dat toch mooi geld, niet? Heb ik het nog niet over de onbetaalbare publiciteit die de teams voor hun sponsors vangen, door worldwide op televisieschermen te verschijnen.

Ik vind het spijtig dat Tom Boonen vandaag niet meer verder kon. Vrijdag zakken we immers af naar de Tour, en zondag zullen we de aankomst meemaken in Parijs. Ik had -eerlijk waar- gehoopt om hem op de Champs-Elysées het volle pond te kunnen zien geven, en dat hij dan zijn gram had kunnen halen. Ik zag hem al de spurt winnen en hem in zijn wereldkampioenentrui als eerste over de meet bollen. Het heeft niet mogen zijn.

Gearchiveerd onder:sport

dpe's del.icio.us

twitter